Er is iemand die jouw kind nooit zal kennen. Misschien een grootouder die te vroeg overleed, een broer of zus die er niet meer is, een vriend die een grote rol speelde in wie jij bent. Ze zijn er niet bij als je kind opgroeit. En toch wil je dat je kind weet dat ze hebben bestaan.
Dat gevoel is moeilijk te omschrijven. Het is geen rouw om iets wat je kind mist, want je kind weet niet wat het mist. Het is meer een stilte die je zelf voelt, elke keer als je kind iets doet dat die persoon had moeten zien.
Herinneringen doorgeven aan je kind begint bij wat jij nog weet
Het lastige is dat herinneringen vervagen. Niet alleen die van je kind, maar ook die van jou. De geur van je moeders keuken, de manier waarop je vader lachte, wat hij zei als hij iets grappig vond. Die details zijn er nog, maar ze worden zachter met de tijd.
Wat je nu weet, weet je straks misschien niet meer. Dat klinkt somber, maar het is gewoon zo. En het is precies de reden waarom het nu de moeite waard is om iets op te schrijven. Niet als groot project, niet als boek. Gewoon een paar zinnen over wie deze persoon was. Wat jij van hem of haar hebt meegekregen. Wat je wilt dat je kind ooit weet.
"Ik schreef drie zinnen over mijn vader. Over hoe hij altijd te laat was maar toch altijd op het goede moment. Dat was genoeg."
Moeder van een zoon van twee
Wat je doorgeeft hoeft geen biografie te zijn
Je hoeft geen volledig levensverhaal op te schrijven. Dat zou zelfs raar aanvoelen, want zo ken jij die persoon ook niet. Je kent hem door kleine dingen. Een uitdrukking die hij altijd gebruikte. Iets wat ze kookte op zondag. Een eigenschap die je in jezelf herkent en waarvan je nu weet waar die vandaan komt.
Dat zijn de dingen die je een kind meegeeft. Niet de feiten uit een overlijdensbericht, maar de textuur van iemands leven zoals jij die hebt ervaren.
- Een uitdrukking of gezegde dat die persoon altijd gebruikte, in zijn of haar eigen woorden
- Een gewoonte of ritueel dat jou is bijgebleven, hoe klein ook
- Iets wat jij van diegene hebt meegekregen, bewust of onbewust
- Wat je hoopt dat je kind ooit van diegene begrijpt, zelfs zonder hem of haar te kennen
Dat is genoeg. Meer dan genoeg, eigenlijk.
Het moment waarop je kind vragen gaat stellen
Er komt een moment dat je kind wil weten wie die mensen waren. Niet omdat het verdrietig is, maar uit nieuwsgierigheid. Wie was die vrouw op de foto? Waarom noem je die naam soms? Had ik hem aardig gevonden?
Op dat moment wil je iets hebben om te geven. Geen perfect archief, maar een paar zinnen die echt zijn. Geschreven op een moment dat jij nog wist hoe het voelde om die persoon te kennen.
In het artikel over wat je kind later aan jou heeft als jij er niet meer bent staat iets wat hiermee samenhangt: het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de echtheid. Een zin die klopt, weegt meer dan een pagina die je verplicht hebt opgeschreven.
Hoe je dit bijhoudt zonder dat het een taak wordt
Dit soort herinneringen schrijf je niet in één zitting op. Ze komen op de raarste momenten. Als je iets ruikt dat je aan diegene doet denken, als je kind een gezichtsuitdrukking maakt die plotseling bekend aanvoelt, als je een oud bericht terugvindt.
Het helpt om op die momenten iets bij de hand te hebben dat je meteen uitnodigt om iets op te schrijven, zonder dat je hoeft na te denken waar je begint. Geen leeg notitieboek dat je ergens moet opzoeken, maar een plek die al weet wat jij eerder hebt verteld. YearChapter stelt elke maand vragen die aansluiten op wat je al hebt opgeschreven, ook als het gaat om mensen die er niet meer zijn. Zo blijf je in beweging zonder dat het voelt als werk.
En misschien is dat het eigenlijke antwoord op de vraag hoe je herinneringen doorgeeft aan je kind: door ze zelf niet te laten verdwijnen. Door ze ergens neer te zetten, in je eigen woorden, op het moment dat je ze nog hebt.
Je kind hoeft niet alles te begrijpen. Het is genoeg dat het ooit kan lezen wie er was, en waarom jij die persoon mist. Dat is al een verhaal.